De dagelijkse werking van CPCS

Om tegemoet te komen aan de noden van straatkinderen werd de NGO CPCS (Child Protection Centers en Services) in 2002 opgericht door de Belg Jean-Christophe Ryckmans. De werkingsmethode van CPCS Nepal volgt de volgende 3 stappen:

Preventie (vóór het straatleven)

Interventie en voorlichting om te voorkomen dat het kind zijn gezin verlaat en de straat opzoekt. Het publiek, gezinnen en kinderen worden aangesproken over de realiteit en de risico’s van het

Risico reductie (tijdens het straatleven)

Activiteiten die zeer direct gericht zijn om de gevaren van het leven op straat te verminderen (straathoekwerk, onderdak, hotline, medische ondersteuning, juridische ondersteuning en psychologische ondersteuning).

Rehabilitatie (nà het straatleven)

Progressieve werking op langere termijn met als doel het kind te reïntegreren in de samenleving (gezinshereniging, verschillende rehabilitatieprogramma's en terug naar school).

De kinderen en hun straatleven

Het zijn er duizenden... Ze leven op de straten van de wereld. Ze slapen, werken en wonen in groepen op straat, zonder de steun van hun familie. Het is onmogelijk hen te tellen in Nepal. Sommigen komen, anderen gaan of blijven, ze leven in tragische omstandigheden. Ze werken als khalasis (geldontvangers op het openbaar vervoer), ze verzamelen verkoopbare plastiek, bedelen, verkopen flessen water en kranten op openbare plaatsen, poetsen schoenen, werken als hulpje in restaurants, hotels en privé woningen, minderjarige meisjes dansen in bars, krijgen hun baby’s op straat...

Gemakkelijke prooi

Ondanks hun jonge leeftijd worden ze dag en nacht geconfronteerd met sociale uitsluiting en vernederingen. Ze zijn een gemakkelijke prooi voor de meest verachtelijke vormen van uitbuiting. Ze zijn kwetsbaar en slachtoffer van de lokale maffia's. Ze worden gebruikt door mensenhandelaars.

Ze hebben hun eigen samenleving met hun eigen codes, een eigen taal, eigen rituelen waaronder het 'snuiven' van lijm en collectief drugsgebruik. Eens ouder dan 16-17 jaar, glijden ze af in delinquentie, drugs of eindigen ze hun leven in de gevangenis of sterven een eenzame trieste dood.

De redenen dat kinderen op de straten van Kathmandu leven zijn complex. De sociaal-economische omstandigheden in het dorp, het uiteenvallen van het gezin, huiselijk geweld (vaak in combinatie met alcohol) verstedelijking en de aantrekkingskracht van de stad, politieke instabiliteit zijn de belangrijkste oorzaken. Het is een interactie van al deze factoren (economische, politieke en sociale).

De actie's van CPCS na de aardbevingen

Nepal werd op 25 april en 12 mei 2015 dooreengeschud door twee verschrikkelijke aardbevingen en honderden naschokken waardoor 10.000 doden en meer dan 20.000 gewonden vielen. Miljoenen mensen waren op een paar seconden hun huis kwijt, er was onoverzichtelijke schade. Mensen verloren hun huis, hun bezittingen, hun kinderen, hun buren en geliefden. Vlak na de aardbevingen werden 40.000 slachtoffers en een 100-tal scholen geholpen door CPCS. Eén jaar later worden 4.000 gezinnen nog steeds gesteund.

Noodhulp en steun aan de slachtoffers

Na de eerste aardbeving, was niet enkel de bescherming van de kinderen in onze centra belangrijk. Uit solidariteit met de buren werd de poort van CPCS onmiddelijk opengezet, ons pand in Dillibazar heeft immers een grote speelplaats. Open ruimte is uitzonderlijk in het stadscentrum en vele woningen in de buurt waren beschadigd, wankel en zeer onveilig. In onze voorraadkamer was er genoeg eten voor twee dagen, het drinkwater was op na de eerste dag. Er werd gerantsoeneerd en met de buurtbewoners werd overeengekomen dat kinderen en bejaarden voorrang kregen. Er werd medische hulp gegeven aan jonge moeders met pasgeboren baby’s en bejaarden. Vele mensen hadden verwondingen opgelopen door stukken van gebouwen die naar beneden kwamen gedonderd, rondvliegend glas en metaal. Het B-Fast team bezorgde ons tenten en veldbedden. Hulp van donors kwam snel op gang zodat we eten, tentzeilen en noodmateriaal konden aanschaffen. 

 

Eén van de prioriteiten was om onze programma's zo snel mogelijk te laten functioneren en scholen in de meest getroffen en afgelegen gebieden te heropenen. We moesten vooral vermijden dat kinderen in de verwoeste gebieden zich verlaten voelden en in de verleiding kwamen om de straten van Kathmandu en elders op te zoeken. Daarom werd er onmiddellijk hulp geboden aan meer dan honderd scholen zodat kinderen zo snel mogelijk weer naar school konden gaan en niet in het puin van hun dorp moesten ronddolen. Afhankelijk van de schade aan de school werd er geld, lesmateriaal, tenten en tinnen platen (jasta) voorzien.

De verdeling van noodgoederen in de zwaarst getroffen gebieden

CPCS heeft een coördinator voor elk district waar de NGO actie voert. Deze mensen werden gecontacteerd en samen met plaatselijke verenigingen en verantwoordelijken werd de situatie an de slachtoffers bekeken en werd er besproken wat de behoeften waren. In de chaos, veroorzaakt door de aardbevingen, was dit een zeer moeilijke taak.

Vervolgens hebben we contact opgenomen met andere actoren, zoals de politie en het leger om de coördinatie van de hulp te organiseren. Dit om te vermijden dat er geen « overlappend » werk werd gedaan en iedereen naar dezelfde plaats zou snellen om wat over elkaars voeten te struikelen terwijl mensen elders niets of niemand te zien krijgen. De verzoeken van scholen, NGO's en lokale organisaties van allerlei aard om hulpgoederen te krijgen waren overweldigend.

Eénmaal op dreef (het moest erg snel gaan), werd voedsel (rijst, linzen en noedels) bedeeld alsook waterzuivering, medicijnen en gasflessen (voor het tekort en de stijgende prijzen), zinken daken (essentieel voor het regenseizoen begon), tenten, dekzeilen, matrassen, dekens, « Dignity kits » voor vrouwen (een waterdichte tas met een sjaal, een sari, 3 kleine handdoeken, 2 stuks ondergoed, maandverband, een nagelknipper , een kam, tandenborstel en tandpasta, 20 shampoo pakketjes, Dettol zeep, wasmiddel voor kledij, een aansteker met een kleine zaklamp en een kleine naai-kit).

Solidariteit met een hoog risico!

Het brengen van noodgoederen in de meer afgelegen dorpen of steden was geen gemakkelijke taak. We werden geconfronteerd met de nodige problemen. De wegen waren zwaar beschadigd en soms onbegaanbaar. We kwamen radeloze mensen tegen die niet aarzelden om « hun » deel van de hulpgoederen te stelen. Ondanks de vraag voor bescherming van de politie en het lokale leger werden we geconfronteerd met agressie van hulpeloze mensen. Eens we door onze voorraad heen zaten, was het moeilijk om nog hulpgoederen aan te schaffen. Door de overmacht was er schaarste en schoten de prijzen van basisgoederen omhoog. De teamleden van CPCS in Dillibazar hebben geprobeerd om de distributie zo goed mogelijk te organiseren en dit niet zonder nodige problemen gezien sommige slachtoffers niet hebben geaarzeld om hen fysiek aan te vallen.

Center voor Meisjes in Dolakha

Na de aardbevingen zijn de gebouwen van CPCS ingestort en zijn we aan de wederopbouw begonnen. Het gebouw voor jongens is klaar. Wegens de hevige monsoonregens heeft het gebouw voor meisjes vertraging opgelopen.Wegens de hevige regens en landverschuivingen zijn de wegen onberijdbaar en moeten we wachten tot einde september om de laatste hand te leggen aan het gebouw voor meisjes.

In Kathmandu schieten NGO’s als paddenstoelen uit de grond, daarom heeft CPCS besloten om in Dolakha te werken. De lokale bevolking woont nog steeds in geïmproviseerde shelters, scholen liggen in puin en de heropbouw komt maar niet op gang. Daar willen wij doen wat we kunnen. CPCS is een kleine organisatie maar we zijn steeds ter plaatse. CPCS wil mensen niets opdringen, er wordt steeds een dialoog aangegaan en gevraagd wat mensen werkelijk nodig hebben.

Jonge mannen vertrekken naar de golfstaten om geld te verdienen, vrouwen, kinderen en bejaarden blijven achter in de vernielde dorpen. De regering heeft nog steeds geen geld vrijgegeven van het « noodfonds ». Iedereen vraagt zich af wat er met deze fondsen gebeurd is.

Opvang bieden aan kinderen in nood

Kinderen migreren naar Kathmandu, in de hoop op een beter leven en een betere toekomst. En dit willen wij voorkomen. Daarom is CPCS zo snel mogelijk met de wederopbouw van haar center begonnen. Wij willen opvang bieden aan kinderen in nood. Kinderen die hun familie verloren zijn tijdens de aardbeving of die in zeer arme omstandigheden dienen te overleven. Vooral meisjes zijn zeer kwetsbaar in de post aardbevingstijd. Met de valse belofte van een goed leven in Kathmandu gaan mensenhandelaars van dorp tot dorp om jonge meisjes te ronselen en hen te verkopen. Zij verzeilen in de prostitutie of moeten als huisslaaf werken bij een begoede familie. CPCS wil deze meisjes beschermen voor zo’n onmenselijk bestaan. Buiten opvang voor meisjes in het center wordt er ook voor gezorgd dat ze naar school kunnen gaan.

Buiten materiele steun organiseren we voorlichtingsklassen. De dorpsgemeenschap wordt steeds uitgenodigd op deze vergaderingen. Er wordt gepraat over de gevaren van het straatleven in Kathmandu. En via beeldmateriaal wordt er gewaarschuwd voor mensensmokkelaars.

CPCS werkt steeds voor een gemeenschap. Dit kan gaan van medische hulp tot zeer praktische zaken. Het is ontzettend belangrijk dat de centen goed en zinvol besteed wordt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van al onze projecten en benefietacties.